ˈapjə
Herkomstafgeleid van aap zn met het achtervoegsel -je
- form-ofverkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aap
“Hij beweerde dat als de omstandigheden goed waren, als het aapje rustig was en de teugels goed aangereikt kreeg, het kon paardrijden op de Deense dog.”
- alleen verkleinwoord huurrijtuig in Amsterdam
Vormenaapjes(diminutive, singular)