ˈɑksi
Herkomstvia Middelnederlands actie van Latijn actio, naamwoord van handeling van ageren of acteren; in de betekenis van ‘handeling’ aangetroffen vanaf 1390
- handeling, bedrijvigheid
“Actie ondernemen.”
“Ik heb hem nog nooit zo in actie gezien.”
- georganiseerde campagne die een bepaald, meest sociaal of politiek, doel nastreeft
“Er werd actie gevoerd tegen het gebruik van genetisch gemanipuleerde levensmiddelen.”
“Isaac ademde scherp in. 'Actie zou wel eens het enige antwoord kunnen zijn, señora. we moeten de tirannie verdrijven.'”
- iets dat de aandacht vasthoudt, een spectaculaire vertoning
“Zij verlangt niet naar een heleboel actie maar naar een relatie.”
- film- en video-/computerspelletjesgenre dat wordt gekenmerkt door veel spektakel
“De film is vooral leuk als je van het genre actie houdt.”
- natuurkundige grootheid die wordt uitgedrukt in energie maal tijd
“Van ieder golfje kun je van een afzonderlijke constante actie spreken, namelijk energie maal tijd.”
- commercieel gebaar dat de verkoop van bepaalde goederen of diensten moet bevorderen, reclamestunt
“De WK-actie van Albert Heijn.”
Vormenacties(plural) · actiën(plural) · actietje(diminutive, singular) · actietjes(diminutive, plural)