/'ɑfxodə(n)/
HerkomstIn de betekenis van ‘valse godheid’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- een andere god dan de ene God; een "valse" god
“Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.”
- iemand of iets wat als een god vereerd wordt
“Zijn vrouw is zijn afgod.”
“De beroemde voetballer is de afgod van veel kinderen.”
“De auto is voor veel mannen hun afgod.”
Vormenafgoden(plural) · afgodje(diminutive, singular) · afgodjes(diminutive, plural)