ˈɛdʒɑjl, ɑˈdʒile
- op een slagvaardige, wendbare manier met vermijding van verstarde procedures en organisatiestructuren
“‘Agile werken’ bijvoorbeeld, de hype uit 2017 om bedrijven ‘wendbaarder’ te maken.”
“Wat zelfsturing is voor onder meer de zorg, is agile voor overheden, dienstverlening en ict, en lean voor de industrie: moderne organisatievormen die bedrijven en instellingen wendbaarder en slagvaard”
- vlug en beweeglijk
- figurativelyvlot bewegend
“Deze fysieke krachttoer wordt vervolgens mentaal overgedaan: de beweeglijke bilocatie van de boot vindt haar pendant in het al even agile denken dat van focus verandert en zich - via de associatie met”
“Zij is nooit majestelijk [sic!] op het toneel, en zij vertolkt derhalve ook niet de ontzettende majesteit van de gekke koningin, maar zij is ongelooflijk agile in haar heen en weer schieten tussen waa”
Vormen[A] agile(canonical) · [B] agile(canonical)