ˈɑla
Herkomstvan Arabisch اللّٰه (allāh), samentrekking van اَل (al-) "de" en إِلَه (ilāh) "god", cognaat met Hebreeuws אֵל (él); in de betekenis van ‘naam van God bij de moslims’ voor het eerst aangetroffen in 1686
- God bij moslims of in het Arabisch
“In haar voordracht kwamen gevoel voor lyriek, liefde en de overgave aan Allah samen en bleek God een inspiratiebron voor een zoekende jonge vrouw.”
VormenAllahs(possessive)
Bron: Wiktionary