ˈɑmbər
Herkomstvan Middelnederlands ammer / ammer via Frans ambre van Arabisch عَنْبَر zn (anbar) "wasachtig grijs product afkomstig van walvissen", in de betekenis van ‘barnsteen, harssoort’ voor het eerst aangetroffen in 1287
**[2] waarschijnlijk omdat dit net als het product afkomstig van walvissen vaak aan de kust werd gevonden
**[3] van Engels amber dat verwijst naar de kleur van barnsteen
- hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen die het hoofdvoedsel van de potvis vormen
“Haar korte haren kriebelden in zijn hals, ze rook naar amber, hij hield haar tegen zich aan, probeerde haar te zoenen, kuste mis.”
“De walvis, met name de potvis, bracht de wereld decennialang olie, amber en baleinen – en een klassiek geworden en nog steeds herdrukt boek over de strijd van een kapitein (Ahab) tegen een witte potvi”
- fossiel hars van bomen met geel-oranje kleur
“Op het lijf van een in amber versteende schimmelmug van 45 miljoen jaar oud werden in 2017 stuifmeelkorrels van orchideeën aangetroffen.”
“Zelfs al zou dat de wereldvoorraad van amber en goud aanvullen.”
- kleur tussen geel en oranje in
“Heeft u die ook in het amber?”
“De amber gekleurde markeringslichten en reflectoren moet je altijd aan de zijkant van het voertuig bevestigen.”
- feminine, namemeisjesnaam
“„Niemand kon zo prachtig redeneren en praten als mijn vader”, zegt oudste dochter Amber.”
Vormenambers(plural) · ambertje(diminutive, singular) · ambertjes(diminutive, plural) · Ambers(genitive, singular)