aˈnɛis
Herkomstvia Middelnederlands anis, Frans anis en Latijn anisum van Oudgrieks ἄνισον (ánison), in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- bepaald soort schermbloemige plant, Pimpinella anisum
“In een van haar lusthoven, waar ze 's morgens vertoeft, groeit de peper, de anijs, de gember en alle denkbare zuidvruchten; (…)”
- zaad van Pimpinella anisum, gebruikt om de geur en smaak van gerechten en dranken aantrekkelijker te maken of als geneesmiddel
“Anijs wordt gebruikt voor het aromatiseren van gerechten en kan daarnaast een medicinale werking hebben.”
- alcoholische drank gemaakt met anijszaad
“‘Nou eerst 'n biertje pakken, hè?,’ stelde hij voor, - ‘nee wacht 's, 'n advocaatje of - of 'n glaasje anijs?’”