form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
“Jij baart.”
form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
“Hij baart.”
form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van baren
“Baart!”
“Wat is daar straks nog van over, als hij afwijzing na afwijzing blijft ontvangen? Kan ik ook van die Zac houden? Dat ik het me afvraag baart me zorgen.”