HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toonbank, rechtbank’ voor het eerst aangetroffen in 1290
- langgerekte bank van waarachter men klanten bedient
“We kunnen nog wel iemand aan de balie gebruiken.”
“Bij de balie van het hotel stond een kleine roze leenfiets waarop ik tevreden richting het winkelcentrum fietste.”
“Zo staat de bibliothecaresse erbij, hoort de verhalen aan, die ze al lijkt te kennen, met de piëteit van een non die, al staat ze nog zo in de ademtocht van de duivel, toch barmhartigheid kan schenken”
- een beroepsvereniging van advocaten
- balustrade, hekwerk, leuning
“De balies van de brug zijn samengesteld uit giet- en smeedijzer.”
Vormenbalies(plural) · balietje(diminutive, singular) · balietjes(diminutive, plural)