bəˈnʏt
Herkomst*vervoeging van benutten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van benutten
- form-ofgebiedende wijs van benutten
- form-ofvoltooid deelwoord van benutten
“Hij heeft zijn kans benut.”
“De bestaande wetgeving wordt niet ten volle benut.”
“De ruimte in deze kamer wordt optimaal benut.”