/'beːtər/
HerkomstIn de betekenis van ‘vergrotende trap van goed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- form-ofonverbogen vorm van de vergrotende trap van goed
“Het weer is vandaag zo slecht dat het morgen vast beter zal zijn.”
“Wout Poels, meesterknecht voor Team Ineos, grapt dat hij maar beter zijn gravelbike kan meenemen. ‘We moeten er maar mee dealen. Dit is het parcours.’”
“Had ik niet beter thuis kunnen blijven om ze elke dag te kunnen zien?”
- gezond na ziekte
“Ik denk dat ik morgen beter ben, maar vandaag ben ik nog ziek.”
- van hogere kwaliteit dan voorheen
“Daarom gaat de gemeente bestaande maatregelen verstevigen. Zo gaat ze inwoners en horecaondernemers beter informeren over hoe ze afval het beste kunnen opruimen en komen er meer afvalbakken. Ook geeft”
“Ze was bijna ingestort. Dat ze na al die jaren die foto van Olive en Isaac en het schilderij van Rufina terugzag, moest de druppel zijn geweest, want ze begreep beter dan wie dan ook waar dat schilder”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beteren
- form-ofgebiedende wijs van beteren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beteren
Vormengoed(uninflected, positive) · best(uninflected, superlative) · goede(inflected, positive) · goeie(inflected, positive) · betere(inflected, comparative) · beste(inflected, superlative) · goeds(partitive, positive) · beters(partitive, comparative)