/bəˈtɔn/
Herkomstgeen meervoud, Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bouwmateriaal’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- bouwmateriaal dat meestal bestaat uit cement, grind en zand dwz cementbeton
“Het maken van beton kost veel energie maar omdat beton lang kan meegaan is het vaak toch een duurzaam bouwmateriaal.”
“Niets in zijn houding wees erop dat hij op het punt stond zich terug te trekken in zijn eigen wereld, waar onzichtbare muren effectiever waren dan blokken beton.”
“Op een bepaalde manier was het bijna komisch dat je terugkeerde naar de techniek van een andere tijd, van voor het beton.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betonnen
- form-ofgebiedende wijs van betonnen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betonnen