HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bovenkledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
- kledingstuk voor het bovenlichaam met knoopjes aan de voorzijde
“Onder enthousiast applaus komt Brooke Shields het toneel op. Iedereen buigt naar voren, uiterst benieuwd naar wat ze draagt. „Oh”, zegt de blonde vrouw naast me teleurgesteld en zakt weer terug. De ho”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloezen
- form-ofgebiedende wijs van bloezen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloezen
Vormenbloezen(plural) · bloesje(diminutive, singular) · bloesjes(diminutive, plural)