blɔnt, /blɔnt/, /blɔnt/
OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met een lichte kleur’ voor het eerst aangetroffen in 1285
- een lichte haarkleurvariant
“Rond de Botnische Golf komen de meeste blonde mensen voor.”
“De gebogen nek van mijn zoon, lang en bleek, met een blond donslaagje.”
“Mevrouw, blond met krullen en elegant.”
- bier met een licht gele kleur
“Dit is waar Vlamingen trots op zijn. Een krachtig, blond bier van hoge gisting, met een warme smaak na toevoeging van snippers eikenhout.”
Formsblonder(uninflected, comparative) · blondst(uninflected, superlative) · blonde(inflected, positive) · blondere(inflected, comparative) · blondste(inflected, superlative) · blonds(partitive, positive) · blonders(partitive, comparative)