braf
OriginVan Frans brave, al dan niet via Italiaans bravo. Verder te herleiden tot Latijn barbarus en uiteindelijk Grieks βάρβαρος (zie ook barbaar).
- bereid om de geldende regels in acht te nemen, gehoorzaam
“Hij was niet altijd de braafste van de klas.”
“Meisjes zijn vaak braver dan de ondeugende jongens.”
- intuïtieve, gemakkelijk manipuleerbare eigenschappen hebbend
“Een functie is braaf als ze eindige afgeleiden van alle orden heeft in alle punten, en geen discontinuïteiten heeft.”
- kuis
- obsoletemoed bezittend
- obsoletestatig
“… gaet by seker Burger die een Dochter met een Oogh hadde, seggende: Wat sult ghy my geven, indien ik u een braaf Karel tot een Swager bestel?”
- obsoletein hoge mate, danig, erg, heel, zeer
Formsbraver(uninflected, comparative) · braafst(uninflected, superlative) · brave(inflected, positive) · bravere(inflected, comparative) · braafste(inflected, superlative) · braafs(partitive, positive) · bravers(partitive, comparative)