bret
HerkomstIn de betekenis van ‘wijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 851
- van grote afmeting in de zijdelingse richting
“Zo'n Hummer is wel een erg brede auto.”
“Gespannen zette ik mijn tent op: om mezelf af te leiden en dieren af te schrikken begon ik hard te fluiten en ik wierp af en toe een blik op de brede vallei onder me.”
“'Dit kan dus niet,' mompelde hij toen hij de bedragen las. Toen Jeroen de bedragen nogmaals bij elkaar optelde, kwam hij echter tot dezelfde eindconclusie. 'Dit kan dus wél. ' De glimlach op zijn gezi”
- het ~ hebben: welvarend zijn
“Zij hadden het niet zo breed in die akelige tijd.”
- bij een rechthoek de lengte van de korte zijde
“het huis is 10 meter lang, 6 meter breed en 5 meter hoog.”
- breed publiek: het algemene publiek
“Ae Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2021 Elementaire Deeltjes De boekenserie Elementaire Deeltjes maakt kennis toegankelijk voor een breed publiek.”
“Wiggers krijgt de koninklijke onderscheiding voor "zijn inzet voor het innovatieve en inclusieve karakter van de dansproducties, zijn bijdrage aan het voor een breed publiek toegankelijk maken van mod”
- betrekking hebbend op het grote geheel
“De socioloog Norbert Elias zag hierin een weerspiegeling van een breed maatschappelijk 'beschavingsoffensief' dat zich ook op andere gebieden uitte en zo de ontwikkeling van sport (sportisering) bevor”
“Werelderfgoecentrum: Daarmee begint een nieuw hoofdstuk in de opvang van zeehonden. In het gloednieuwe Werelderfgoedcentrum Waddenzee wordt niet alleen gezorgd voor zieke zeehonden (er is ook een spec”
Vormenbreder(uninflected, comparative) · breedst(uninflected, superlative) · brede(inflected, positive) · bredere(inflected, comparative) · breedste(inflected, superlative) · breeds(partitive, positive) · breders(partitive, comparative)