/bruːr/
OriginAfkorting van broeder.
- een mannelijk kind van dezelfde ouders
“Heijmans was van mening dat een verscheurd gezin, waarin de broer een vaderrol vertolkte, opnieuw uit elkaar gehaald dreigde te worden. Hij stond toe dat de vrouw en kinderen “richting onbekende beste”
“De blik die Max hierop naar zijn broertje zond sprak boekdelen.”
“Overal stonden camera's. En raad eens wie er voor Nederland speelden? Inderdaad, schatten van me. Jullie. De broertjes Van der Schaaf in oranje.”
- figurativelyiets dat veel lijkt op of verwant is aan iets anders
“Ik sprong het kraakheldere water van Little Crater Lake in, een piepklein meertje van niet meer dan 30 meter breed. Niet te vergelijken met haar 10 kilometer brede broer Crater Lake waar ik een paar d”
Formsbroers(plural) · broertje(diminutive, singular) · broertjes(diminutive, plural)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0