OriginIn de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de cellist tussen de knieën wordt gehouden
“Mijn broer heeft vroeger op een cello gespeeld.”
“Lucia Swarts laat haar cello zingen en knorren. Mayke Rademakers wijdt haar cello-album aan Spaanse en Latijns-Amerikaanse muziek.”
Formscelli(plural) · cello's(plural) · cellootje(diminutive, singular) · cellootjes(diminutive, plural)