HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘passage in toneelstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1916
- laatste woord van een passage waarop een acteur wacht om in te vallen
- passage in een toneelstuk die door één acteur zonder onderbreking gesproken wordt
Vormenclausen(plural) · clausje(diminutive, singular) · clausjes(diminutive, plural)