OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kegel’ voor het eerst aangetroffen in 1645
- kegel, kegelvormig voorwerp
“een luidspreker heeft een conus die de lucht in trilling brengt”
Formsconussen(plural) · conusje(diminutive, singular) · conusjes(diminutive, plural)