/'danəx/
HerkomstIn de betekenis van ‘zeer, zeer groot’ voor het eerst aangetroffen in 1781
- in aanmerkelijke mate, buitengewoon
“De verkoop liet een danige teruggang zien.”
“Het nasnotteren irriteerde haar danig, maar ook dat was een lichamelijke reactie waar ze geen vat op had.”
- in aanzienlijke mate
“Hij was danig geschrokken van de verkoopcijfers.”
Vormendanige(inflected, positive) · danigs(partitive, positive)