ˈdjɑti
Originvan Indonesisch jati, in de betekenis van ‘houtsoort’ aangetroffen vanaf 1724-1726
- bepaalde tropische boomsoort, Tectona grandis
“In het tropische bos staan veel djati's”
- kostbaar tropisch hardhout gemaakt van Tectona grandis dat ook zonder onderhoud goed bestand is tegen weer en wind
“De kast is gemaakt van djati”
Formsdjati's(singular)