HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gever van bloed, organen e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1947
- gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
“Veel Nederlanders zijn bloeddonor.”
- een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)
Vormendonoren(plural) · donors(plural)