/drɑŋk/
HerkomstIn de betekenis van ‘drinkbaar vocht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- te drinken vloeistof om de dorst te lessen
“Veel klanten reageren enthousiast en vinden het een ‘superidee’. Een enkeling stelt nuchter dat veel drankjes ook zonder rietje te drinken zijn. Waarom geen metalen rietjes? vraagt een ander. Die zijn”
“Door het drinken van een warme drank, zoals thee, een uur of twee voordat je gaat slapen, verhoog je de temperatuur van de kern van je lichaam op dat moment.”
“Gretig slurpen we de warme drank naar binnen.”
- als 1, maar dan specifiek met alcohol
“Je mag niet met drank op een auto besturen.”
“Ik werd brak wakker in een zure lucht van zweetvoeten, ongewassen kleren en halflege pizzadozen. Na zoveel drank had ik rust nodig en ik besloot een zero te nemen, dat wil zeggen nul kilometers lopen ”
- drinkbaar geneesmiddel
Vormendranken(plural) · drankje(diminutive, singular) · drankjes(diminutive, plural)