ˈdybiˌjo
Herkomstvan Latijn dubio, de ablatief van dubium "twijfel" uit de vaste verbinding in dubio, zelfstandig gebruikt
- ernstige twijfel, kwestie waar je over piekert
“Ga je voor een zevende plek in het klassement of probeer je juist een of twee etappes te winnen. Dat is voor zo’n renner het dubio bij de Tour.”
“Maar het dubio waar ik in zit is natuurlijk dat je nooit weet wat er met je gebeurt als je weigert in de Burgerwacht te gaan.”
Vormendubio's(plural)