Herkomstzn: zie etymologie van ebbenhout
- het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
“Het gebruik van ebben is vanwege de kostbaarheid van het hout erg beperkt.”
- vervaardigd van ebbenhout
“We hebben van oma een ebben olifantje geërfd.”
- impersonalgeleidelijk wegvloeien, met name onder invloed van de getijden
“Hij had niet in gaten dat het al enige tijd ebde en kwam daardoor vast te zitten in de modder.”