ˈɛsə(n)
Herkomstbn afgeleid van es zn met het achtervoegsel -en
- gemaakt van het hout van de es
“Hij bezat een essen boog.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord es
Vormen(alleen(uninflected, positive) · attributief)(uninflected, positive)