ˈɛstər, /ɛsˈter/
HerkomstLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘scheikundige verbinding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1870
- een koolstofverbinding met de functionele groep -C(=O)-O-C-
“Een ester kan gezien worden als het reactieproduct van een alcohol en een carbonzuur.”
- Jodin die koning Ahasveros zich tot vrouw kiest nadat hij koningin Wasti heeft verstoten (55x: Est. 2:7 +)
- feminine, namemeisjesnaam
- boek in de Bijbel en de Tenach waarin Ester hoofdpersoon is Dit boek wordt gelezen op Poeriem. Een afwijkende Griekse versie daarvan hoort tot de apocriefen.
Vormenesters(plural) · estertje(diminutive, singular) · estertjes(diminutive, plural) · Esters(genitive, singular)