eˈtaʒə
HerkomstVan het Franse étage. In de betekenis van ‘verdieping’ voor het eerst aangetroffen in 1786. staatsie heeft dezelfde etymologische herkomst, en is in het Nederlands al eerder ontleend.
- verdieping
“Hij woonde op de derde etage van het flatgebouw.”
- appartement (woning in een flat).
“Hij huurde een etage in Parijs en begon daar te schrijven aan zijn roman.”
- een geologisch tijdperk, chronostratigrafische eenheid
“Het geologisch tijdperk Maastrichtien (Vlaanderen: Maastrichtiaan) is de laatste tijdsnede in het Laat-Krijt. Het is tegelijkertijd een etage in de Europese chronostratigrafie.”
Vormenetages(plural) · etagetje(diminutive, singular) · etagetjes(diminutive, plural)