ˈfɪrma
OriginLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘handelsnaam, handelszaak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806
- een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn
“Kunnen wij die producten allemaal bestellen bij die firma?”
- een zaak of bedrijf
“We hebben weer eens een nieuwe firma in de stad.”
“Na meer dan 1.000 kilometer gelopen te hebben was mijn eerste paar (La Sportiva wildcat 3.0) tot op de draad versleten. Tot mijn grote verrassing kreeg ik ook een pakket van de firma Zpacks. Mijn Arc ”
Formsfirma's(plural) · firmaatje(diminutive, singular) · firmaatjes(diminutive, plural)