flɑrt
Herkomstklanknabootsing, in de betekenis van ‘afgescheurde lap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1600
- onregelmatig afgescheurd of afgebroken stuk
“In de operahuizen krijgt het zeilschip altijd een gestileerde uitbeelding. We zien een flard van een zeil, een stuk boeg en mast.”
- figurativelyklein onsamenhangend stuk, korte gedeeltelijke waarneming
“Het is geen kunst bij de entree van de Amstelstraat, komend van het Rembrandtplein, een flard van triestheid door het hart te voelen gaan.”
Vormenflarden(plural) · flardje(diminutive, singular) · flardjes(diminutive, plural)