HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘angstbeklemming’ voor het eerst aangetroffen in 1930
- een ziekelijke vrees
“Gelukkig heb ik er geen fobie voor, maar ik ben er wel bang voor.”
Vormenfobieën(plural) · fobietje(diminutive, singular) · fobietjes(diminutive, plural)
Bron: Wiktionary