ˈfɔrtə
HerkomstLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘bijwoord: sterk’ voor het eerst aangetroffen in 1772
- hard, met veel volume
“Fluisterzacht of forte - de piano geeft hem vleugels.”
- deel van een muziekstuk dat hard hoort te klinken
“Het was, in het eerste deel, van klank zonder uitzondering voortreffelijk in het forte (koper, hout!).”
- sterke punt, waar het best gepresteerd wordt
“Zijn voice-over maakt de film persoonlijk maar het is duidelijk niet zijn forte, zowel qua tekst („vaar met mij mee”), als qua dictie.”