frœyt, /frʌʏ̯t/, /frœːt/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vruchten’ voor het eerst aangetroffen in 1285
- voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten echter let op!
“Voldoende fruit eten is gezond.”
“Elke dag denderden vrachtwagens met groente, fruit en wijn van het Zuiden naar Parijs.”
“Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten. Er kwam geen einde aan: zalmsalade, pasta, groente, sushi, biefstuk, soep, chocoladetaart, witte chocoladetaart, crème brûlee, ve”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van fruiten
- form-ofgebiedende wijs van fruiten