ˈfundi
Originvan Duits Fundi zn , rond 1982 in zwang gekomen als aanduiding voor een stroming binnen de ecologische partij Die Grünen, op te vatten als (verkorting) van fundamentalist, maar dan niet in de extremistische betekenis
- iemand van de politieke strekking die fundamentele, principiële strijdpunten tracht te realiseren
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord fundus
Formsfundi's(plural) · fundietje(diminutive, singular) · fundietjes(diminutive, plural)