HerkomstNaamwoord van handeling van gillen met het voorvoegsel ge-
- gekrijs, geschreeuw, lawaai met een hoge toon
“Het gegil van de sirene ging door merg en been.”
“Het gegil van de kleuters maakte geen indruk op de kleuterjuf.”
“Weer werd er geschoten, ditmaal vergezeld door luid gegil.”
Bron: Wiktionary