OriginNaamwoord van handeling van tikken met het voorvoegsel ge-
- aanhoudend een tikkend geluid maken
“Ik word gek van het getik van klok.”
“Op de Utrechtse regioredactie mag ze aan de slag als telexiste, die is toch nodig. Met de telex worden artikelen naar de eindredactie in Amsterdam ‘gefaxt’. „Een vreselijke herrie maakte dat ding, het”
- aanhoudend typen
“Gisteren zat ik met de computer op schoot in de stiltecoupé. Dat was dan fijn aan deze tijd; je hoefde niet zoals vroeger te wachten tot je ergens was om actief te worden. Ik moest een heel stuk tikke”