ɣəˈʔœyt
Herkomst*vervoeging van uiten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt
- form-ofvoltooid deelwoord van uiten
“De commissie heeft flinke kritiek geuit op de grote overschrijding van het budget.”
“Er werden verschillende bezwaren geuit.”
“Daarmee wordt voldaan aan een reeds lang geuite wens van hem.”