/ˈɣeː.vəl/, /ˈxeː.vəl/
HerkomstIn de betekenis van ‘voormuur van gebouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1450
- buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant
“Ik liep langs gevels die waren voorzien van kantwerk van marmer.”
Vormengevels(plural) · geveltje(diminutive, singular) · geveltjes(diminutive, plural)