ˈɣɪldə, /ˈχɪɫdə/, /ˈɣɪldə/
Originerfwoord van Oudnederlands gilda. Verder van Proto-Germaans *geldjan- (zie ook geld zn ). Verwant met o.a. Duits Gilde, Engels guild, Oudfries jelde.
- een middeleeuwse beroepsorganisatie, meest op monopolie en handhaven van bepaalde standaarden gericht
“Het gilde heeft het geregeld, de burgemeesters hebben toestemming gegeven.”
“Geen enkel gilde zou haar willen hebben, behalve de naaisters of de stinkende turfdragers.”
- form-ofenkelvoud verleden tijd van gillen
“Ik gilde.”
“Jij gilde.”
“Hij, zij, het gilde.”
Formsgilden(plural) · gildes(plural)