ɣoˈdɪn
HerkomstAfleiding van god met het achtervoegsel -in.
- een vrouwelijke godheid
“Noem drie bekende godinnen.”
- naam voor het vrouwelijk opperwezen (bijvoorbeeld binnen Wicca)
“Maar de strijd is voorbij; ik kon Arthur eindelijk begroeten, niet als mijn vijand of als de vijand van mijn Godin, maar slechts als mijn broeder en als een stervende man die de hulp van zijn moeder n”
“Doppertje zong half neuriënd het lied ‘Chomolungma’ - Godin Moeder der Aarde, de Tibetaanse naam van de Everest.”
“Wie eenmaal deze stap gezet heeft, ziet ineens dat de Godin ook aanwezig is in populaire liefdesliedjes, in popsongs.”
- figurativelybenaming voor een vrouw die je buitengewoon bemint of bewondert
“Ik kijk haar aan, mijn zwarte Aia, mijn Godin van de Dingen.”
“Laat u hart eens zijn bewogen,
Laat mijn dienst, ô schoon Godin!
My u trouwste dienaar maken;”
“Voorop staat het wonder van onze Lage Landen, Godin van Utrecht, de hoogst befaamde en edele maagd, mevrouw Anna Maria van Schuurman, wier deugden en wonderlijke sieraden al lang overal ter wereld bek”
Vormengodinnen(plural) · godinnetje(diminutive, singular) · godinnetjes(diminutive, plural) · Godins(possessive) · Godinnen(plural) · Godinnetje(diminutive, singular) · Godinnetjes(diminutive, possessive) · Godinnetjes(diminutive, plural)