/'ɡojim/
Originvan Hebreeuws גּוֹיִים (gojiem)
- form-of, pluralverouderde spelling of vorm van gojiem tot 2015
“Door het spel met de militairen leerde het neefje spelenderwijs de stereotypen relativeren die over gojim de ronde deden.”
- niet-jood, goj
“(...) had hij niet een gojim meegebracht, die hier in huis zou wonen?”