ɣrɛis
Herkomstin de betekenis van ‘lichtgrauw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1140
- elke achromatische tint tussen wit en zwart
“Dit grijs lijkt wel erg donker.”
“Grijs, wit en zwart zijn achromatische kleuren en dat betekent letterlijk dat dit kleuren zijn ‘zonder een echte kleur’.”
- de kleur grijs hebbend
“Dat is een grijze auto.”
“De outfit komt 'met alle toeters en bellen', inclusief de aanpassingen die Whitney zelf heeft gedaan. In het grijze pak dat de zangeres onder de outfit droeg, zitten zelfs nog wat gaten die er tijdens”
- kleurloos doordat er geen pigment meer wordt aangemaakt
“Mijn blik viel op een magere man in pak, met grijs haar.”
“En zag opeens een veeg grijs in zijn haar die me eerder nog niet was opgevallen.”
- figurativelyonduidelijk, bijv. of het volgens de regels wel of niet is toegestaan
“Ze opereren in het grijze circuit.”
“' 'Heel vroeger, in een grijs en schimmig verleden?' Hij trok een gezicht.”
“Met het hennepverbod wil de rechts-conservatieve meerderheid onder leiding van Giorgia Meloni naar eigen zeggen een grijs gebied in de wetgeving wegwerken.”
- figurativelybeneden peil, ≈ onethisch
- figurativelyeentonig, saai
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijzen
- form-ofgebiedende wijs van grijzen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijzen
Vormengrijzen(plural)