HerkomstIn de betekenis van ‘greppel, inkerving’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- lange en smalle uitholling, insnijding, diepe rand
“In het tafelblad zit een lelijke diepe groef.”
“De man had allemaal groeven in zijn gezicht.”
- form-ofenkelvoud verleden tijd van graven
“Ik groef.”
“Jij groef.”
“Hij, zij, het groef.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeven
- form-ofgebiedende wijs van groeven
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeven
Vormengroeven(plural) · groefje(diminutive, singular) · groefjes(diminutive, plural)