ɣrut, /ˈχrut/, /ˈɣrut/
HerkomstVroegnieuwnederlands groete, gruete, uit Middelnederlands grute, afleiding uit groeten, groten ‘groeten’, waarvoor zie groeten. Evenzo afgeleid zijn Limburgs grote, Nederduits Groot en Duits Gruß.
- een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
“"Hallo, hoe gaat het met u." is een veelgehoorde groet.”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van groeten
- form-ofgebiedende wijs van groeten
Vormengroeten(plural) · groetje(diminutive, singular) · groetjes(diminutive, plural)