ˈhɑnzə
HerkomstLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘koopmansgilde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1233
- verbond van Noord-Europese handelssteden, van de dertiende tot de achttiende eeuw
- een plaatselijk handelaarsverbond
VormenHanzes(possessive) · hanzen(plural) · hanzes(plural)