ˈhedə(n)
HerkomstIn de betekenis van ‘bijwoord van tijd: vandaag’ voor het eerst aangetroffen in 901
- formalin de tegenwoordige tijd, in deze tijd
“Dat is heden niet meer het geval.”
“Met haar geest gebeurde bijna het tegenovergestelde van wat er met haar lichaam gebeurde; een versterking ervan, alsof haar verbeeldingskracht over de grens van het heden heen reikte.”
“Maar ze bleef erop terugkomen en spoorde me aan om meer in het heden te leven.”
- formalop deze dag