OriginIn de betekenis van ‘in de grond stampen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
- transitivehet in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk
“Er wordt geheid en dat maakt nu eenmaal een hoop lawaai.”
“Met ons beperkte waarnemingsveld hebben we vaak niet in de gaten wat we aanrichten in die wondere wereld. Als wij hier voor de kust een paal in de grond heien, hoort een walvis onder water dat tot in ”
“Het gaat Jetten om de gevolgen voor het onderwaterleven tijdens de bouw. Vissen en zeezoogdieren kunnen bijvoorbeeld last hebben van het heien. Maar ook als de molens in bedrijf zijn, kunnen er gevolg”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord hei
Formsheide(past) · geheid(past, participle) · te heien(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen heien(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen heien(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben geheid(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben geheid(active, infinitive, perfect, present, long-form) · geheid zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · geheid te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · heiend(imperfect, participle) · ev.
hei(imperative) · heie(subjunctive) · hei(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · heit(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · heit(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · heide(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · heide(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · heide(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · heiden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · heiden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)