/huˈzo/
Originsamenstelling van hoe en zo
- vraagt naar de logica achter een bepaalde bewering
“Hoezo? Dat is toch niet verboden?”
“Hoezo? Is er iets mee?' Ze liet haar duim over de hals glijden, een schone veeg door het stof.”
“'Hoezo?' 'Nee, mijn moeder vond het natuurlijk niet nodig om je dat te vertellen.”
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0