/ˈhɔrdə/
HerkomstLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bende’ voor het eerst aangetroffen in 1622
- een obstakel dat in de weg staat, een hindernis
“De bergpas is een grote horde die we moeten nemen.”
“Zijn tegenwerking kon nog wel eens de grootste horde worden.”
- een groep rumoerige mensen, een bende
“Vanaf het station kwam ons een horde mensen tegemoet lopen.”
- form-ofaanvoegende wijs van horden
Vormenhorden(plural) · hordes(plural)